Gedrag & gehoorzaamheid (basis cursus) Dit is het derde seizoen dat Bangweulu G&G Basis  volgt. Dit is een cursus waar je als baas weinig  foute bewegingen mag maken omdat je hond daar  dan gelijk op kan reageren. We zitten in een leuke  groep met baas en hond en we gaan leuk met  elkaar om, dat is ook belangrijk omdat je toch een  uur met elkaar op het veld staat.  Op woensdagavond om 20:30 begint de les, de  instructeur is Andre. We moeten van te voren  inlopen met de hond zodat we gelijk kunnen  beginnen. We staan dan op linie en gaan eerst  slalom lopen, voor en achter om de honden  heen en je hond moet goed bij je blijven, hierbij loopt ze nog aangelijnd. Als jij moet  blijven staan dan is het de bedoeling dat je hond netjes blijft zitten   en niet op  een hond reageert die dan langs loopt, of in het ergste geval uitvalt!  Daarna gaan we vaak over het veld lopen met commando`s links, rechts, linksom, rechtsom,  stilstaan, een stukje versnelde pas en langzame pas. Dit doen we zonder riem, meestal vindt  Bangweulu dit niet zo leuk. Ze gaat dan meestal op haar kont zitten en wacht dan af wat ik ga  doen. Ik denk dat ze het volgen en nergens heen gaan sowieso niet leuk vindt. Dat merk ik ook  vaak thuis als ik hetzelfde rondje voor een tweede keer loop, ze zet er dan de rem er op zo  van "hier ben ik al geweest hoor, kunnen we niet anders lopen?".  Daarna gaan we weer op linie staan en dan moeten we één voor één de hond laten liggen  (“af” gaan) en zover, dat je hond het kan, bij hem weg lopen. Als de laatste persoon op zijn  plaats staat dan gaat de tijd lopen. Het is de bedoeling dat de honden twee minuten op  hun plaats blijven liggen, het klinkt gemakkelijk maar dat is het niet! Als het nodig is mag je  tussendoor naar je hond gaan om hem te belonen maar daarna moet je weer terug naar je plaats. Hetzelfde doen we met “zit!”:  In dit examen (G&G-B) hoeven we dit nog niet te doen. Maar in G&G 1 wel, dus als je doorgaat naar deze cursus moet je  hond ineens de "zit" leren en dan ook nog twee minuten blijven zitten. Als ze dat niet gewend is gaan ze heel snel liggen,  dus doen we dit er nu al standaard bij. Ook hebben we het “vak sturen”:  Er is een vierkant vak uitgelegd met lint en op de hoeken staan pionnen. Je komt met je hond aanlopen en gaat midden in  het vak staan. Daar wacht je totdat je instructeur zegt dat je haar los mag doen en dat ze moet gaan liggen. Als ze ligt dan  leg je de riem naast de hond midden in het vak en je geeft het laatste commando en je verlaat het vak. Je loopt op  aanwijzing van je instructeur naar een bepaalde plek, daar ga je dan staan en roept je hond bij je. Het is de bedoeling dat je  hond in één tempo naar je toe komt en gelijk naast je gaat zitten.  Als ze naast je zit dan stuur je de hond weer terug naar het vak, ook dit moet in één keer in één tempo gaan. Als ze bij de  riem in het vak is moet de hond met haar kop naar je toe in het midden van het vak naast de riem gaan liggen. Op  aanwijzing van je instructeur mag je naar de hond toelopen (de hond moet blijven liggen) en op commando moet de hond  gaan zitten. Daarna moet je de riem oprapen en op het moment dat je dat doet mag de hond niet gaan liggen (je buigt nl  weer naar beneden toe). Dan lijn je de hond aan en is de oefening klaar. "Zit" op commando: Er liggen drie gele halve bollen in het gras op 10 meter van elkaar af. Je begint bij de eerste bol, je hond loopt hier bij los  naast je. Daarna loop je richting de tweede bol, daar aangekomen geef je het commando “zit” en jij loopt dan zelf in  hetzelfde tempo door. Het is de bedoeling dat de hond gelijk gaat zitten op het commando. Bij de derde bol loop je terug  naar de hond (die bleef zitten bij de tweede bol), je loopt voorbij de hond en loopt achterlangs door totdat je naast haar  komt en geeft dan het commando dat ze mee moet lopen. Samen loop je dan weer naar de derde bol toe en dan ben je  klaar met de oefening. Apporteren:  Dit vindt mijn hond erg leuk, je zet de hond in "zit'. Je loopt een bepaalde afstand van haar weg en leg halve wegen het  apporteerblok neer op de grond en je loopt dan weer door. Daarna draai je je om en roep je ”apport”. De hond moet in één  keer naar het blok lopen en het op pakken, ze mag het blok één keer over pakken in haar bek, niet meer. Dan komt ze naar  je toe met het blok en gaat netjes naast je zitten. Dan geef je het commando "los" en de hond laat het blok los. Daarna pakt  je het apporteerblok uit haar bek aan. Hier kan ze maar geen genoeg van krijgen en is erg enthousiast.  Staan en betasten:  Je hond zit naast je. Je geeft een keer het commando “staan”. Je hond gaat staan, hij mag nu geen stapjes meer verzetten.  Je stapt van je hond schuin naar voren weg. Er komt nu iemand en die vraag of je hond betrouwbaar is.(daar geef je  antwoord op). Dan word de hond aan zijn halsband vast gehouden en betast over zijn hele lichaam, je hond moet hierbij stil  blijven staan. (dit is een heel dominante handeling voor de hond). En mag zich er niet tegen verzetten.  Tanden laten zien: Laat de hond voor je gaan zitten. En dan laat je op de juiste manier, die we geleerd hebben, zijn tanden aan de zijkanten en  voorkant zien. Ook hier mag de hond zich niet verzetten, met zijn poten naar je hand toe gaan, of zijn hoofd wegdraaien.  Als je dit vaak oefent vinden ze het vaak niet erg meer.  Omgang baas-hond: De begeleider gaat rustig, consequent en positief (belonend) met zijn hond om. De verstandhouding tussen begeleider en  hond word beoordeeld op de manier waarop beiden zich gedragen gedurende het hele examen/wedstrijd. De hond dient  het gehele examen vrolijk en het liefst kwispelend af te werken.  “Bangweulu tijdens behendigheidscursus”  Contact Us    |    SiteMap      |     Credit & Copyright